INFO Unko

afbeelding via Giphy

Ik was van plan om een baanbrekend stuk te schrijven over vrouwelijke toiletbezoeken. Maar op zo’n geniale wijze dat u geluidloos zou schateren op enkele niet nader geïdentificeerde klankuitstoten na, en herhaaldelijk met vlakke hand uw bureaublad zou aanslaan van puur vertier. En dat lachen zou echt zijn tot tra-nens toe. I had them plans. Echter, ergens wrong het om dit onderwerp op deze manier aan te snijden. Omdat ik een zeker schroom ervaar wanneer ik het hierover met u wil hebben. En daarnaast mis ik die humoristische aanleg waarmee ik menig medemens moeiteloos tot hilariteit beroer. 

Dan maar een andere aanpak. Een betoog. Sec, maar niet helemaal to the point. Ik ga het namelijk met “toiletbezoeken” niet hebben over “neuspoedersessies” of “waarom vrouwen altijd met twee naar het toilet gaan”, maar over the real deal. Omdat ik het belachelijk vind dat de wereld daar belachelijk over doet. En tegelijk hoop ik dat ik u niet volledig doe walgen door te praten over kak. Then again is dat volstrekt uw eigen probleem.

Ik vraag me namelijk oprecht af waarom er zo’n taboe heerst rond vrouwen op het toilet, of rond het toiletgaan voor de Grote Boodschap in het algemeen. God forbid dat u openlijk zou verkondigen dat u nekeer goed bent kunnen afgaan. En naar mijn gevoel al helemaal als u een vrouw bent. Bij mannen kan die boodschap nog op een hartelijk gelach met de kompanen rekenen – voor vrouwen is dat full-on boertig. Als glutard met een schijtprobleem (dat mag u werkelijk waar op àlle mogelijke wijzen interpreteren) zie ik het als mijn taak om deze taboe te doorbreken.

Stelt u zich bijvoorbeeld eens voor wat voor een wereld dit zou zijn als vrouwen, zoals menig manmens zich jammer genoeg nog lijkt voor te houden en de schijn die een groot deel van mijn vrouwelijke medepopulatie tot het bloedirritante toe mee hoog wilt houden, geen kaka deden. Mennekelief. Zo veel chagrijn, opgekropte irritatie en constant het imminente gevaar figuurlijk en/of letterlijk te ontploffen. Crisis 1000.0. Ik begrijp uiteraard dat niemand zit te wachten op een uitvoerig en eerlijk antwoord op de vraag “En wat gebeurt er dan als ge gluten eet, Julie?” en dat er een reden is waarom u en ik in onze privé naar het toilet gaan, maar omdat ik als geen ander het belang erken van nekeer goed te kunnen afgaan (ik sméék daar begot soms om, duivelse gluten) vind ik dat we moeten stoppen met het onderwerp dood te zwijgen.

Neen, dit serieus betoog beoogt niet dat u morgen toestapt op een medestoepganger en start met uitvoerig uw stoelgang te beschrijven, of dat u volgende week uw huisgenoot even binnenroept om samen uw recentste creatie te beoordelen op kleur en textuur, maar laten we een kat een kat noemen. Onze natuurlijke verteringsprocessen hebben besloten dat er een deel van onze ingenomen voedingswaren na verloop van tijd opnieuw andere oorden opzoeken. Dat gebeuren is natuurlijk, volstrekt inherent aan de mens en toch belachelijk moeilijk om over te praten?

Ik hoop hier absoluut geen perpetueel beeld op uw netvlies te branden van een intens producerende man of een vrouw op het toilet, maar ik wil even aankaarten dat het gebeurt, en dat we moeten stoppen met te doen alsof dat het einde van de wereld is. Deze materie ligt mij nauw aan het hart (dat had u nog niet door, geloof ik), ik praat erover omdat het nu eenmaal sadly enough een bijzonder belangrijk deel van mijn bestaan uitmaakt. Ik zeg ook waar het op staat wanneer ik naar het toilet moet, maar dan in het Japans. Dat maakt mij heus niet wansmakelijk of ongepast, gewoon eerlijk, rechtuit en hyperintelligent. "Ik ga naar het toilet. Unko." U moet dat ook eens proberen.