INFO Geachte restauranthouder

afbeelding via Google (Ratatouille)
Geachte restauranthouder, culinaire chef en voedseltovenaar (abejoat, dat vind ik wel)

Ik heb ongelooflijk veel bewondering voor u, hoe u in een drukke service uw personeel kan managen terwijl de potten niet mogen aankoeken en uw zaal vrolijk blijft doortateren en –tafelen. Het moet gezegd worden, dat is een gave en u doet dat enorm goed. U weet ook dat u sinds december 2014 (dat is gewoon al vorig jaar) uw potten nog nauwgezetter in het oog dient te houden vanwege de allergenenwetgeving van hogerop en dat is, zeker op piekmomenten van drukke service en kleine crises, op zijn zachtst gezegd een extra uitdaging.


Indien u nu bij uzelf denkt, wie is dat jong grut dat mijn interne keuken becommentarieert: vreest niet, ik kom in vrede en – vooral – met honger. Ik ben een nouveau glutard, een glutenintolerante sinds drie jaar – één van die klanten die zeurt over bloem en kruimels – wiens heart goes out to alle allergenenlijders en darmklagers, maar ik denk ook aan uw situatie. De nieuwe wetgeving vereist een extra moeite van u en misschien enkele kleine aanpassingen aan uw routine. Een degelijke allergenenopleiding kost u bovendien een cent en dat vindt u ongetwijfeld niet leuk – uw klanten met darmklachten kunnen daarover meepraten, want allergenenvrij voedsel is allesbehalve goedkoop zoals Eva Daeleman al meegaf in haar nieuwjaarsbrief.

Als u echter wat breder kijkt, kan u een dergelijke opleiding niet beschouwen als een kost, maar als een investering in een toekomst waarin u uw verrukkelijke spijzen met nog veel meer mensen kan delen. U heeft namelijk het kookgerei, de dagverse producten en de culinaire finesse in huis die vereist zijn voor het bereiden van uw gerechten, maar aan een volledige grip op het allergenenprobleem ontbreekt het u misschien nog licht. Het zit hem namelijk ook in allerminst evidente dingen. Weet u de exacte samenstelling van al uw kruidenmengsels, houdt u steevast uw ovenbakplaat kraaknet, heeft u die sauslepel niet al in een andere pot met een allergeen gebruikt, is uw frituurvet vrij van kroketresten? Dat zijn de vragen en de worries waar u niet altijd bij stilstaat, maar met een eenvoudige inzet van uw kant (een kleine moeite voor Vermaelens Projects) kan u deze zorgen wegnemen bij een groot aantal klanten. 

De 14 hoofdallergenen zijn aardnoot, ei, gluten, lupine, melk, mosterd, noten, schaaldieren, selder, sesamzaad, soja, vis, weekdieren en zwaveldioxide/sulfieten. Met goede kennis van de locatie en het mogelijke effect van deze elementen kan u aan meer dan 90% van alle allergielijders (in België zou haast één op drie aan een allergie lijden) één uwer succulente creaties voorschotelen. Dat zijn veel mensen met vrienden en familie en kennissen en zelfs verre verwanten waar ze niet zo graag meer mee praten maar soms ook bij aan tafel moeten schuiven. Want ondanks het feit dat wij met onze speciale eetvereisten menig social gathering moeten be-‘euhm, dat mag niet voor mij hé’ ‘gohja, nu toch al drie jaar dat ik dat niet meer mag eten’ ‘ik hoef niets anders, ik eet straks wel iets thuis’-en, hebben wij ook vrienden, ouders, zusters en nonkels en meters die ook allemaal graag op restaurant gaan – en al helemaal als hun zorgkindjes zorgeloos meekunnen.

We dienen natuurlijk een onderscheid te maken met zij die bepaalde voedselsoorten vanuit een andere overweging laten (durf ik het woord modegril in de mond te nemen?), het is dan ook aan deze klanten om hierover eerlijk en direct met u te communiceren. Wanneer een allergie of intolerantie eerder tussen de twee oren zit of voortkomt uit een schreeuw om aandacht, tasten deze mensen daar onze geloofwaardigheid (en veiligheid) mee aan want 't is er weer zo een met aanstelleritis. Er is nood aan klare communicatie hieromtrent, maar het is niet voor deze lifestyle consumenten dat u uw schotels nauwgezet aanpast, denk daaraan. U moet maar eens lukraak een social media-platform openknallen of u ziet het toilet-based jammeren van de gecontamineerde intolerante en de angst (echt waar) die er heerst om op restaurant te gaan, maar u leest daar ook de lofzang en de liefde voor zaken die wél een mooi allergenenvrij resultaat op tafel hebben kunnen toveren. And good news travels fast, dat weet u ook.

Waarom dan die nieuwe wetgeving als het in het verleden ook al zonder kon, denkt u misschien? Wel, er is nood aan een legitieme basis en een betrouwbaar fundament waar de mensen met allergieën en intoleranties op kunnen bouwen en vertrouwen. Er zijn veel onafhankelijke instanties die overzichtjes presenteren van zaken waar zij met hun appetijt wel terechtkunnen, ikzelf waag mij daar ook aan op mijn blog, maar ze zijn net dat: onafhankelijk, talrijk en bovenal subjectief en onoverzichtelijk. Wat ik dus eigenlijk wil meegeven is dit: wij, mensen met intoleranties en allergieën eten graag, en nog liever in gezelschap. Wij komen niet bij u over de vloer om uw keuken onder de loep te nemen of uw dieetkunde te testen – u bent immers geen voedingsdeskundige, dat beseffen wij ook – maar wij willen graag met een klein woordje van uitleg (ons gezelschap heeft de uitleg op zijn zachtst gezegd al 56789254 keer mogen aanhoren en zij hebben ook honger) bij u zorgeloos aan tafel kunnen schuiven.

Als u mij uw goede wil voor een veilige service kan verzekeren, zal ik u op mijn beurt mijn terugkeer garanderen – en vele allergenenlijders met mij. Daarom, iets bijleren en zo een beetje investeren in de toekomst, is dat niet mooi? We horen elkaar nog wel – en hopelijk kan ik in de toekomst ook bij u zorgeloos tafelen, ik heb gehoord dat u heel lekker kookt.

Hoogachtend

Julie